Fernando Torres en 10 andere ‘mega transfers gone wrong’

Dé transfer van deze winterse periode is tot nu toe die van Fernando Torres. For all the wrong reasons. Met zijn terugkeer bij Atletico Madrid hoopt El Niño ook daadwerkelijk weer het kinderlijke plezier terug te vinden. Want als iemand boegbeeld is van hoe het poenerige modern football plat op de bek kan gaan, is dat toch zeker Torres?

Interessant is dat het vaak, maar zeker niet altijd, gaat om jonge spelers. Leuk (en ondoenlijk?) om te onderzoeken zou zijn wat het met je doet als atleet zodra er astronomische bedragen voor je worden betaald. Wordt je voor media en publiek niet in een loodzwaar frame gedrukt waar je vervolgens zelf – weliswaar voor een grof salaris – maar in moet zien te presteren? En natuurlijk, vraagtekens zetten bij de gigantische bedrijfsrisico’s die gelopen worden door clubs die tientallen miljoenen inzetten op iets grilligs en breekbaars als een voetballer.

Gianluigi Lentini (Torino –> Milan)

Schitterende vleugelaanvaller met een Porsche 911. Lentini is een van de vroege voorbeelden van een supertransfer die ongelukkig uitpakt. In 1992 verliest hij nog de finale van de UEFA Cup van Ajax. Wordt in de slipstream van dat succesjaar bij Torino, want ook 3e in de Serie A, plots de duurste voetballer ooit. Milan maakt omgerekend naar de valuta(koers) 18 miljoen euro over naar Turijn; destijds een wereldrecord dat in één zomer drie keer wordt verbroken. Jean-Pierre Papin verkast van Marseille naar Milan (14 mln) en daarna trekt Juventus Gianluca Vialli aan van Sampdoria (17 mln). Het Vaticaan spreekt openlijk schande van de geldsmijterij door de Italiaanse clubs.

Lentini speelt in z’n eerste seizoen bij Milan een belangrijke rol in het winnen van de scudetto en het behalen van de finale in de Champions League, waarin hij in de groepsfase nog tegen PSV speelt. Maar in voorbereiding op het volgende seizoen slaat de 911 van de dan 24-jarige Italiaan met naar verluidt 200 km/u over de kop. Hij loopt een schedelfractuur op en ligt enkele dagen in coma. Daarna wordt de voetballer Lentini nooit meer de oude. Hij keert aan het einde van dat seizoen terug op het veld, maar komt in vier jaar bij Milan tot maar 63 wedstrijden en verdwijnt van het wereldtoneel.

Naar aanleiding van een reactie van Wouter Pennings op deze blogpost, het volgende:

NRC Handelsblad schreef op 10 maart 1994 dat de Italiaanse justitie zes medewerkers van dan nog aspirant-premier Silvio Berlusconi wil laten arresteren voor frauderen met de transfer van Lentini naar Berlusconi’s Milan. Dankzij nieuwe wetten met betrekking tot vervalsing van boekhoudingen, aangenomen door de regering-Berlusconi, werd de zaak in 2002 wegens verjaring gesloten.

Zlatan Ibrahimović (Inter –> FC Barcelona)

Niet zozeer omdat hij er niet rendeerde: Ibracadabra maakt 21 goals in 45 wedstrijden in seizoen 2009/2010. Hij wint de Spaanse en Europese Supercup, wordt lands- en wereldkampioen. Maar het zal ook zijn enige seizoen voor FC Barcelona zijn omdat hij en coach Pep Guardiola niet bepaald op één lijn zitten.

Sportief niet beroerd dus, maar financieel is het huwelijk met Zlatan een fiasco voor Barça. Het betaalde Inter in 2009 liefst 46 miljoen euro en gaf ook La Liga-topscorer Samuel Eto’o er bij. Een jaar later blijkt de situatie zo slecht dat Ibrahimović een transfer afdwingt: de Catalanen verhuurden hem aan AC Milan en nóg een seizoen later verdienden ze slechts de helft van Zlatans aankoopsom terug.

Andy Carroll (Newcastle –> Liverpool)

Ironisch genoeg nauw verbonden met de loopbaan van Fernando Torres. Carroll wordt op transfer deadline day in januari 2011 voor zo’n 40 miljoen euro de duurste Britse voetballer ooit. Hij gaat samen met de eveneens zojuist aangetrokken Luis Suárez bij Liverpool de vervanger spelen van Torres, die dezelfde dag vertrekt naar Chelsea (zie verderop in dit artikel).

Carroll blijkt echter geblesseerd en komt pas na twee maanden in actie. In 58 wedstrijden maakt hij vervolgens maar elf goals, waarvan slechts zes in de Premier League. Liverpool slikt uiteindelijk een verlies van 20 miljoen wanneer de spits verhuurd en uiteindelijk verkocht wordt aan West Ham United.

Andy Carroll en de FA Cup-halve finale tegen Everton:

Nicolas Anelka (Arsenal –> Real Madrid)

Komt als 17-jarige begin 1997 voor een kleine zeven ton vanuit Parijs naar Londen. Een van de vondsten van Arsène Wenger die echter niet de harten van het publiek kan of wil veroveren. Is op dat moment wél een van de bargain buys in Championship Manager 97/98 trouwens. Enfin, in zijn tweede seizoen voor Arsenal wordt Anelka clubtopscorer en heeft hij, geflankeerd door onder meer Dennis Bergkamp en Marc Overmars, een hoofdrol in het veroveren van de de beroemde dubbel in ’98.

Maar een jaartje later stelt Anelka dat hij weg wil. De pers, het publiek; iedereen heeft er eigenlijk schuld aan dat hij niet gelukkig is in Londen. Vond hij. Real Madrid betaalt Arsenal omgerekend 34,4 miljoen euro: een clubrecord. Maar ook in Madrid blijkt de inmiddels 20-jarige een waar enfant terrible en zit hij al gauw een schorsing uit van 45 dagen omdat hij weigert te trainen. Na één seizoen is Real hem al helemaal zat en doet ‘m van de hand. Anelka keert terug naar zijn eerste club; Paris Saint-Germain ziet in hem en Ronaldinho een fraai koppel.

Anelka verzekert Real van de CL-finale in 2000 met zijn uit-doelpunt bij Bayern:

Denilson (São Paulo –> Betis Sevilla)

De liefhebber denkt met omgekeerde maag terug aan Denilson als een van de spelers die Oranje uitschakelde in de halve finale van het WK ’98. Hij komt in het veld voor Bebeto en is met name in de verlenging frisser, frivoler; eigenlijk Braziliaanser dan goed is voor ons hart. Denilson is een jaar eerder al verkozen tot beste speler van de Confederations Cup, u weet wel: dat toernooi waarop Roberto Carlos zijn befaamde ventieltrap etaleert.

In de zomer van het WK wordt Denilson plots de duurste speler ter wereld. Het verhaal doet de ronde dat hij nummer 20 op z’n shirt draagt omdat Denilson zichzelf twee keer zo goed acht als Pelé, en dus praktisch gezien elke nummer 10 ooit. Betis wil toetreden tot de elite van het Spaanse voetbal en geeft São Paulo 32 miljoen euro om met de aanvaller een statement te maken. De Braziliaan tekent voor een jaar of tien, maar het wordt niks met hem. Betis degradeert in 2000, Denilson wordt verhuurd en uiteindelijk voor een niet nader genoemd bedrag (dus een stuk minder dan de aankoopprijs) aan Bordeaux gesleten.

Flickr / Sam & Emer (CC)
Flickr / Sam & Emer (CC)

Andrij Sjevtsjenko (AC Milan –> Chelsea)

Vóór Torres is er al een andere wereldspits die – eenmaal in het blauw van Chelsea – zijn carrière ziet verdorren. Sjevtsjenko scoort in zeven jaar bij Milan een duizelingwekkend aantal van 175 goals in 296 wedstrijden. Natuurlijk wil Roman Abramovitsj het Britse transferrecord breken om de dan toch al bijna 30-jarige superspits te halen. Een kleine 44 miljoen vangen de Milanezen. Een jaar eerder bood Abramovitsj zelfs een destijds ongekend bedrag van 73 miljoen euro.

“He can’t run”, horen we Match of the Day-analist Alan Hansen nog zeggen. En zo is het. Sjevtsjenko is te traag, de houterig en in het star-packed Chelsea te weinig vedette om tot grote hoogten te stijgen. Toegegeven, hij krijgt er een hernia bovenop en kort in z’n tweede jaar wordt José Mourinho al gauw ontslagen, waarna Avram Grant en Luiz Felipe Scolari weinig gebruik van ‘m maken. Na negen goals in 48 Premier League-duels schrapt Abramovitsj de laatste elf maanden van Sjeva’s contract en gunt hem een gratis terugkeer naar Dinamo Kiev.

WikimediaCommons / Kafuffle
WikimediaCommons / Kafuffle

Juan Sebastián Verón (Lazio Roma –> Manchester United)

Komt voor een Brits record van ruim 46 miljoen euro in de zomer van 2001 om twee jaar later voor de helft van de hand te worden gedaan. Verón is een hele meneer bij Lazio, maar het tempo van de Premier League ligt hem niet. Hoewel de Argentijn in zijn tweede seizoen, met name in de Champions League, echt wel van waarde is voor United. Spelen met Ryan Giggs, Roy Keane, David Beckham, Paul Scholes en Ruud van Nistelrooy is dan ook geen straf.

Maar pers en fans raken niet overtuigd en Verón wordt tot op heden zelfs nog steeds gezien als een van Sir Alex Fergusons flops, dit tot grote ergernis van de oud-manager:

“He is a fucking great player. And you’re all fucking idiots.”

Wanneer Abramovitsj bij Chelsea z’n geldboom plant zitten de twee jaar bij United er gauw op voor de middenvelder. Bij The Blues wordt hij echter ook al na een seizoen voor de resterende drie jaar van zijn contract uitgeleend.

Gaizka Mendieta (Valencia –> Lazio Roma)

Moet medio 2001 de oplossing zijn voor het probleem dat Verón nalaat bij Lazio, maar blijkt dat bepaald niet te zijn. Twee keer achter elkaar uitgeroepen tot beste middenvelder van Europa en dus is Mendieta, na twee (verloren) CL-finales met dat effectieve Valencia van coach Héctor Cúper, hot property in die zomer. Het zijn het de Romeinen die met hun 48 miljoen euro een deal weten te sluiten met de Spanjaarden. Maar in het hemelsblauw wordt Mendieta nooit de opvolger van de vertrokken Verón en Pavel Nedved.

Na één seizoen wordt hij voor 1,5 miljoen uitgeleend aan FC Barcelona, waar Louis van Gaal het in hem ziet zitten. Maar Barça beleeft een draak van een seizoen: zesde in de competitie en Van Gaal wordt in januari ontslagen. De Catalanen willen niet verder met de voorheen zo bewierookte middenvelder, waarna Steve McClaren hem naar Middlesborough weet te lokken.

Mendieta creëerde veel voor medespelers, maar mocht zelf ook graag een goaltje meepikken:

Miralem Sulejmani (SC Heerenveen -> Ajax)

Bijna 18 miljoen euro heeft-ie de Amsterdammers gekost. Lang wordt de schade naar de buitenwereld toe ‘beperkt’ tot 16,25 miljoen, maar VI ontdekt dat de zaakwaarnemer van de Serviër 1,65 miljoen van Ajax krijgt voor de recorddeal. Sulejmani flopt, zoals iedereen wel weet, en is de duurste binnenlandse transfer die Nederland ooit kende.

In vijf jaar bij Ajax speelt hij 158 duels en scoort daarin 38 keer. Typerend voor Sulejmani’s verblijf in Amsterdam is de episode waarin Martin Jol hem (en Ismaïl Aissati) begin 2010 voor het oog van de pers als straftraining laat traplopen. Onder Frank de Boer wordt de aanvaller zelfs teruggezet naar het tweede omdat hij zich kritisch uitlaat in de media. Teleurgesteld loopt hij helemaal voor niets de deur uit en tekent medio 2013 bij Benfica.

Nieuw bij Ajax begint Sulejmani in augustus 2008 met een fraaie goal:

Ricardo Kaká (AC Milan –> Real Madrid)

De 8,5 miljoen die Milan in 2003 betaalde, nadat Kaká bij São Paulo twee seizoenen in het eerste speelde, zouden destijds door Silvio Berlusconi als “peanuts” zijn afgedaan. In januari 2009 biedt Manchester City immers 104 miljoen voor Kaká, maar tot een deal komt het dan niet.

Een half jaar later blijkt de 68,5 miljoen van Real opeens al voldoende om Milan overstag te laten gaan. In Madrid tekent Kaká, dan op Zinedine Zidane na de duurste speler ter wereld, voor zes jaar. Maar vier jaar later mag hij al weer gratis terug naar Milan. De Braziliaan wordt bij Real met Cristiano Ronaldo, Xabi Alonso, Guti en Rafael van der Vaart om zich heen niet direct de speler die in 2007 de gouden bal won. Te veel (langdurige) blessures en blijkbaar betere spelers volgen: Mourinho komt na Kaká’s eerste seizoen en koopt direct Angel Di Maria, Sami Khedira en Mesut Özil om daar later nog Luka Modric aan toe te voegen. Dan weet je wel hoe laat het is.

Flickr / Jan Solo
Flickr / Jan Solo

Fernando Torres (Liverpool –> Chelsea)

Boze tongen beweren dat Liverpool in januari 2011 weet dat Torres niet oké is. Zijn knie zou beschadigd zijn en Chelsea zou desperaat genoeg zijn geweest om op transfer deadline day de overgang haastig in orde te willen maken. Serieuze problemen, na een knieoperatie acht maanden eerder, zouden niet voldoende aandacht hebben gekregen. Nooit bevestigd natuurlijk.

Feit is wel dat Torres pas in april z’n eerste goal maakt en dat zal in dat seizoen ook z’n enige zijn voor Chelsea. Door zijn enorme aankoopprijs van 58 miljoen euro komt de spits onder het bekende vergrootglas te liggen, en daar geraakt hij dankzij die dramatische start ook niet meer onder vandaan.

Als Torres sportief gezien niet de grootste flop is in het elftal in dit artikel, dan is hij toch zeker financieel gezien het meest dramatische geval. El Niño produceerde zelfs zo weinig voor Chelsea dat, koopsom en salaris meegerekend, elke Premier League-goal die hij voor The Blues maakte (twintig stuks) zo’n 5,15 miljoen euro kostte. Schrijnend natuurlijk, maar eigenlijk vooral erg jammer. Torres is tot hij de Sjevtsjenko-vloek bij Chelsea overneemt een genot om naar te kijken. Ooit scoorde voor de lol, wat zijn totale gebrek aan zelfvertrouwen dat ‘m sinds 2011 kenmerkt nog wat pijnlijker maakt. Hij is nog maar 30 en hopelijk zien we bij Atletico het kind weer eens terug…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s